Een 85-jarige, kortademige vrouw meldt zich 's ochtends op een afdeling Interne Geneeskunde. De co-assistent, sinds een week op de afdeling, wordt gevraagd haar op te nemen. Hij neemt een uitgebreide anamnese af, verricht een algemeen lichamelijk onderzoek, schrijft een status en bereidt zich voor op het gesprek met zijn opleider diezelfde middag. De opname is nauwgezet uitgevoerd, maar het gesprek met de opleider wil niet vlotten. De co-assistent slaagt er niet goed in een overzichtelijk beeld van de patiënte te schetsen. De gevonden symptomen kan hij niet goed integreren in de lange ziektegeschiedenis van de patiënte. Bij ieder verschijnsel komen wel verklaringen naar boven, maar de samenhang, de afweging van belangrijke en onbelangrijke zaken en de meest voor de hand liggende verklaringen kosten hem moeite, kortom, een karakteristieke situatie:1-3 de co-assistent, ook indien hij het doctoraalexamen met goede cijfers heeft afgelegd, blijkt bij de confrontatie met echte patiënten…
Kleinschalig theoretisch klinisch lijnonderwijs
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:1238-43
Aanvaard op
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:1238-43
Vakgebied
Reacties