Beste collega’s,
In dit artikel gaan we het hebben over reuscelarteriitis, een zeldzame aandoening die kan leiden tot blindheid. Aan de hand van twee patiënten beschrijven we dilemma’s bij de vroege herkenning, diagnostiek en behandeling.
Samenvatting
Reuscelarteriitis is een ziektebeeld met potentieel ernstige complicaties. Door de uiteenlopende klinische presentatie kunnen patiënten bij meerdere specialismen terechtkomen. Het is belangrijk dat de huisarts, die de patiënt vaak als eerste ziet, denkt aan reuascelarteriitis, in al haar verscheidenheid. Na de spoedverwijzing is het zeer belangrijk dat patiënt met spoed een diagnostisch traject kan doorlopen in een ziekenhuis dat beschikt over ‘state of the art’ beeldvormende onderzoekstechnieken (echografie of PET/CT). Aan de hand van twee patiënten laten we het belang zien van aanvullend beeldvormend onderzoek voor het stellen van de diagnose. Voor een goed herstel van de patiënt met reuscelarteriitis is het van groot belang om tijdig te beginnen met glucocorticoïden en vroeg in de behandeling een prednisolonsparend middel in te zetten.
Digitale aankondiging artikel Brouwer
Geachte redactie,
Met interesse las ik het artikel van collega Brouwer et al over reuscelarteriitis (d.d. 28 november 2024). Prachtige, herkenbare casuïstiek met een update van therapie met glucocorticoïden en prednison sparende behandeling met methotrexaat of tocilizumab.
In de digitale aankondiging zag ik een foto van het gelaat met oog van een jonge vrouw. Dat bevreemdde mij, immers deze patiënten betreft mensen ouder dan 50 jaar met een gemiddelde leeftijd van 72 jaar, zoals de auteurs schrijven. Ik vind dus dat de afbeelding van een jonge vrouw een verkeerd signaal afgeeft. Daarnaast staat in de begeleidende tekst: “Maar waarom eigenlijk zo’n haast?” Dat impliceert dat die haast misschien niet zo geboden is. Ook dat vind ik een verkeerd signaal. Zoals ook in het artikel beschreven is echt haast geboden om schade ten gevolge van vaatafsluiting door vasculitis te voorkomen, zoals acute blindheid of een herseninfarct. Dit moet door binnen 24 uur een spoed diagnostisch traject te doorlopen (zie artikel) gevolgd door prompte behandeling met een hoge dosis prednisolon (60 mg/per dag/oraal) of methylprednisolon (1000mg /per dag/intraveneus gedurende 3 dagen tijdens een opname).
Ik vind dat aankondigingen net zo correct moeten zijn als de artikelen zelf, anders zet u uw lezers in dit digitale tijdperk op het verkeerde been.
Illustratie reuscel arteriitis
Beste collega,
Dank voor uw reactie, die ons terecht aan het denken heeft gezet. Wij hebben zoals u suggereerde een ander beeld van een oudere persoon gekozen en van dat beeld slechts een enkel oog uitgelicht. Dat zullen we zsm plaatsen.
We hebben geen ander doel met het beeld dan een illustratie te bieden bij veel tekst en het wijzen op (het verlies van) gezichtsvermogen als een heel belangrijke uitkomst van niet tijdig herkennen en behandelen van de reuscelarteriitis. Er is dus wel degelijk haast geboden bij verdenking op een reuscelarteriitis.
Met de vorige foto wilden we dat ook, maar die was zoals u terecht opmerkte niet gelukkig gekozen. We zullen het keuzeproces van beeld ook aanscherpen vanwege uw bevinding. Nogmaals dank daarvoor dus!
Hartelijke groet,
Marcel Olde Rikkert
Diagnostiek RCA
Met veel interesse las ik het artikel over reuscelarteritis. Een cruciaal dilemma wordt evenwel niet voldoende geadresseerd, namelijk wat te doen bij een patiënt met een hoge klinische waarschijnlijkheid op met name craniële RCA, hoge inflammatieparameters, maar een negatieve aanvullende diagnostische test. De auteurs verwijzen naar de FMS-richtlijn van 2023, die inderdaad aanbeveelt altijd ten minste 1 diagnostische test (beeldvorming of biopsie) te doen. Die zelfde richtlijn oordeelt evenwel ook dat de sensitiviteit van deze tests beperkt is; rond de 79% voor echografie en rond de 75% voor MRI, met GRADE-classificaties voor dit bewijs van resp. 'matig' en 'laag' vanwege bias en feit dat diverse publicaties van dezelfde onderzoekers komen. Onzekerheid troef dus, en dat voor toepassing van deze technieken in de ver bovengemiddeld ervaren handen van publicerende onderzoekers. In Nederland is de expertise voor echografie en MRI sowieso veel te weinig voorhanden, zo beaamt ook de richtlijn. Het diagnostisch stroomdiagram van de richtlijn eindigt dan ook bijzonder: als de testen negatief zijn, 'heroverweeg dan de klinische waarschijnlijkheid of doe nóg een test' (die wellicht nóg minder betrouwbaar is).
Als ik een 60-jarige mevrouw zie met eenzijdige hoofdpijn, kaakclaudicatie, palpatoire pijn aan de arteria temporalis en een verhoogde BSE, dan kan ik natuurlijk gaan testen en als een van die tests positief is, dan is dat prima. Echter, als ze negatief zijn, dan krijgt deze patiënte van mij de werkdiagnose cRCA en dus snel prednison. Een andere keuze lijkt me onverantwoord.