Samenvatting
Behalve de klinische, histopathologische en immunologische bevindingen worden therapeutische aspecten samengevat bij 29 patiënten met verschillende varianten van parapemphigus zoals door ons gezien werden in de periode 1981-1988.
Bij de 29 patiënten, onder wie 20 met gedissemineerde parapemphigus, 3 met gelokaliseerde parapemphigus, 2 met cicatriciale parapemphigus, 2 met juveniele parapemphigus, 1 met papuleuze parapemphigus en 1 met parapemphigus vegetans, werden als gemeenschappelijke kenmerken gezien een subepidermale blaarvorming in combinatie met lineaire depositie van Ig (doorgaans IgG) en complement in het gebied van de basale membraan (aangetoond met immunofluorescentiemethode).
Bij de meest voorkomende gedissemineerde variant was in bijna al de hier beschreven gevallen orale therapie met immunosuppressiva (prednison alléén of in combinatie met azathioprine) geïndiceerd. Problemen samenhangend met de hoge leeftijd (gemiddeld > 70 jaar) in deze subgroep in samenhang met genoemde therapie worden besproken. In tegenstelling tot het (relatief) benigne beloop bij gelokaliseerde parapemphigus en bij juveniele parapemphigus blijkt de op de slijmvliezen gelokaliseerde cicatriciale parapemphigus, gezien het ontstaan van weefselretractie en functieverlies ter plaatse, een variant te zijn met ernstige complicaties.
Reacties