Opvang na zwangerschapsbeëindiging op genetische indicatie: ervaringen van de betrokken vrouwen en hun partners

Onderzoek
H.G. van Spijker
M. Korenromp
H.R. Iedema-Kuiper
J. Bergsma
F.A. Beemer
G.C.M.L. Christiaens
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:477-81
Abstract

Samenvatting

Door middel van semi-gestructureerde interviews met 40 vrouwen en hun partners werden gegevens verzameld rond opvang en begeleiding enerzijds en rouwverwerking anderzijds na beëindiging van de zwangerschap op genetische indicatie, omdat er bij het kind een afwijking werd geconstateerd. In het verwerkingsproces nam het zelf moeten kiezen voor het al dan niet laten beëindigen van de zwangerschap een centrale plaats in. Het rouwproces kon worden bemoeilijkt door onzekerheid over de aantoonbaarheid of de prognose van de aandoening, een herhalingsrisico dat als groot wordt ervaren, negatief zelfbeeld, gevoelens van falen en reeds langer bestaande relationele of persoonlijke problemen. Heldere en volledige voorlichting, in combinatie met gerichte opvang tijdens de opname, bleek de basis te vormen voor adequate zorg. Follow-up-gesprekken na de opname hebben een ondersteunende functie, zowel voor de medewerkers van het ziekenhuis als voor het betrokken paar.

Auteursinformatie

Klinisch Genetisch Centrum Utrecht, Postbus 18.009, 3501 CA Utrecht.

Mw.H.G.van Spijker, maatschappelijk werker; dr.F.A.Beemer, klinisch geneticus.

Academisch Ziekenhuis, afd. Verloskunde, Utrecht.

Mw.M.Korenromp en mw.H.R.Iedema-Kuiper, verloskundigen; mw.dr.G.C.M.L.Christiaens, gynaecoloog.

Loyola University Medical School, dept. of Humanities, Chicago.

Prof.dr.J.Bergsma, medisch psycholoog.

Contact mw.H.G.van Spijker

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties