Een perifere facialisverlamming is een mutilerende aandoening waarvan de psychische en sociale gevolgen groot kunnen zijn. Bij een derde van de patiënten wordt een duidelijke oorzaak van de verlamming gevonden, zoals een trauma, diabetes mellitus, herpes zoster oticus of lymeziekte. Indien er geen oorzaak wordt gevonden, spreken we van een idiopathische perifere facialisverlamming of van bell-paralyse. De gerapporteerde incidentie hiervan varieert van 20 tot 32 per 100.000 persoonsjaren.1-3 De incidentie stijgt met de leeftijd, hoewel sommige onderzoeken de hoogste incidentie laten zien bij personen van 20-40 jaar. Bij 85 van de patiënten begint het herstel van de verlamming binnen 3 weken; 70 herstelt volledig. De kans op herstel is afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en van de ernst van de verlamming. Bijna alle kinderen herstellen restloos, terwijl meer dan de helft van de patiënten ouder dan 60 jaar restverschijnselen overhoudt. Ook bij een totale uitval is de…
Medicamenteuze behandeling van bell-paralyse: gunstig effect van prednisolon nu aangetoond
- Bell’s palsy accounts for two-thirds of all acute facial palsies. Presumed reactivation of the herpes simplex virus and concurrent swelling of the facial nerve prompted the use of antivirals in combination with corticosteroids, although evidence supporting the effectiveness of this approach was weak. A recently published randomized placebo-controlled clinical trial assessed the effectiveness of adding valacyclovir to prednisolone; another larger primary-care-based study compared treatment with prednisolone, acyclovir or both with placebo. In patients with severe or complete facial palsy, the addition of valacyclovir improved the chance of complete recovery, but as this study was single-blinded, results should be interpreted with caution. Early treatment with prednisolone (25 mg twice daily for 10 days) significantly improved the chance of complete recovery at 3 and 9 months. Acyclovir, given alone or in addition to prednisolone, did not show any benefit.
Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:362-4
Reacties