Samenvatting
Doel
Vaststellen van de prevalentie van psychische stoornissen en verslavingsproblemen bij daklozen in de stad Utrecht.
Opzet
Descriptief dwarsdoorsnedeonderzoek.
Methode
In 1998 werden door het Trimbos-instituut in de stad Utrecht, via een steekproef bij 6 voorzieningen in het daklozenopvangcircuit, 150 interviews met volwassen daklozen gehouden. Voor het vaststellen van de prevalentie van een depressieve episode, schizofrenie en andere niet-affectieve psychotische stoornissen, een antisociale persoonlijkheidsstoornis, en alcohol- en drugsafhankelijkheid en -misbruik werden de volgende screeningsinstrumenten gebruikt: de depressiescreener van Schrijvers et al., de schizofreniesectie van het ‘Composite international diagnostic interview’ (CIDI), een aangepaste, aan de DSM-III-R gerelateerde vragenlijst van Schrijvers over agressief gedrag, en de ‘Addiction severity index’, Europese variant, versie III. Aan de hand van vergelijkend onderzoek werden optimale drempelwaarden voor de aanwezigheid van genoemde stoornissen bepaald ten opzichte van uitgebreide diagnostische interviews die als gouden standaard golden.
Resultaten
In de onderzochte daklozenpopulatie (n = 150 (respons: 68); 138 mannen; 12 vrouwen) bestond bij 32 een depressie in engere zin, bij 15 een schizofrene stoornis (DSM-III-R-codes 295.00-295.70), en bij 52 een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het ging bij depressie en schizofrenie om 6-maandsprevalenties, bij antisociale persoonlijkheidsstoornis om de levensprevalentie. De levensprevalentie van alcoholafhankelijkheid of -misbruik was in de onderzochte populatie (n = 131) 59; de maandprevalentie 22. De levensprevalentie van drugsafhankelijkheid of -misbruik werd vastgesteld op 76; de maandprevalentie op 54. De prevalenties waren in vergelijking met internationale cijfers hoog. Bij 27 van de daklozen werd een zogenoemde dubbele diagnose geconstateerd.
Conclusie
Daklozen in de stad Utrecht verkeerden in een slechte geestelijke gezondheid.
Reacties