Al enkele decennia wordt in Nederland prenatale diagnostiek op chromosomale afwijkingen aangeboden aan zwangeren van 36 jaar en ouder, waarbij de vrouw kan kiezen tussen een vlokkentest en een vruchtwaterpunctie. Ongeveer de helft van deze zwangeren gaat op dit aanbod in. Zowel de vlokkentest als de vruchtwaterpunctie is een invasieve diagnostische ingreep die het risico geeft van een miskraam bij in principe goede en vaak zeer gewenste zwangerschappen. Een dergelijke tragische iatrogene gebeurtenis treedt op na ongeveer 1 van de genoemde ingrepen.
Toch zijn deze invasieve procedures zinvol gebleken: in 1998 werd 94 keer de diagnose ‘trisomie 21’ (syndroom van Down) gesteld. In 89 gevallen (95) werd de diagnose gevolgd door een zwangerschapsafbreking.
De belangrijkste bekende predisponerende factor voor het krijgen van een kind met het syndroom van Down is de leeftijd van de moeder. De frequentie van Down-syndroom bij de huidige leeftijdsverdeling van de zwangeren (los van het effect…
Reacties