Samenvatting
- Circa 15 van de patiënten met darmkanker heeft een positieve familieanamnese: 5 heeft erfelijke darmkanker (hereditair non-polyposis-colon-rectumcarcinoom (HNPCC), familiaire adenomateuze polyposis (FAP) of een ander erfelijk syndroom) en bij 10 is er geen duidelijk overervingspatroon herkenbaar (‘familiaire darmkanker’).
- Bij sporadische en bij familiaire darmkanker kan er wel degelijk een aantoonbare erfelijke predispositie bestaan.
- HNPCC wordt vaak gekenmerkt door microsatellietinstabiliteit, dat is een verhoogd aantal korte DNA-sequenties in het DNA, hetgeen duidt op een stoornis in DNA-herstel en een mutatie in een DNA-‘mismatch-repair’(MMR)-gen.
- Indicatief voor erfelijke darmkanker op basis van een dergelijke MMR-genmutatie zijn: (a) voorkomen van darmkanker bij ≥ 3 verwanten, (b) jonge leeftijd ten tijde van de diagnose ‘darmkanker’, (c) multipele primaire darmtumoren, (d) baarmoederkanker in de familie en (e) darm- en baarmoederkanker bij een patiënte.
- De recente gegevens nopen tot een nieuwe indeling van erfelijke darmkanker op basis van zowel het klinisch beeld als de gegevens uit de DNA-diagnostiek.
- De genetische afwijkingen in colonadenomen en -carcinomen zijn voor een groot deel bekend. In de toekomst kunnen deze inzichten klinische toepassingen krijgen, zoals het per patiënt individueler bepalen van de prognose en daarmee van de behandeling en follow-up.
Reacties