Samenvatting
AIDS-patiënten worden in Nederland vooral aangetroffen onder homobiseksuele mannen (90) en intraveneuze druggebruikers (3). In de laatste groep ziet men thans een stijging. Heteroseksueel contact is in 2-3 de waarschijnlijke risicofactor. Van alle patiënten woont 60 in Amsterdam; bijna 80 wordt behandeld in Amsterdamse ziekenhuizen.
Verwacht wordt, dat in 1989 ongeveer 1900 nieuwe gevallen zullen worden gediagnostiseerd, waarmee het cumulatieve aantal op ongeveer 3000 zal komen. Sero-epidemiologisch onderzoek wijst erop, dat de infectie zich – in Amsterdam – binnen de groepen homobiseksuele mannen (10-30) en intraveneuze druggebruikers (tot 30) belangrijk heeft kunnen verbreiden. De situatie onder hemofiliepatiënten (13 geïnfecteerd) is betrekkelijk gunstig vergeleken met die in een aantal omringende landen. De kans is klein dat onder hemofiliepatiënten en ontvangers van bloedtransfusies nieuwe infecties zullen optreden nu de beveiliging van de bloedbanken effectief is gebleken. In de algemene bevolking heeft HIV-infectie zich nog nauwelijks verbreid.
Aanvullend onderzoek is gewenst naar de verbreiding buiten Amsterdam en onder heteroseksuelen met wisselende seksuele partners. Het risico van besmetting voor (para)medici en verpleegkundigen is in de Nederlandse situatie, met inachtneming van de geldende voorzorgen, buitengewoon klein. Voor preventie, voorlichting en mathematische modelvorming van het verloop van de epidemie bestaat behoefte aan gegevens over de verspreiding van seksuele gewoonten in de bevolking en de sociale determinanten hiervan.
Reacties