In Nederland sterven meer dan 15.000 mensen per jaar, ofwel 1 per 1000 inwoners, door plotselinge hartdood.1 Deze desastreuze gebeurtenis wordt gedefinieerd als overlijden binnen één uur na aanvang van klachten zoals pijn op de borst, kortademigheid of syncope door een hartritmestoornis. Vrijwel altijd ligt de oorzaak in ischemisch hartlijden dat al of niet eerder symptomatisch was. Andere, minder frequent voorkomende aandoeningen die kunnen leiden tot plotselinge hartdood, zijn cardiomyopathie, myocarditis, aangeboren hartgebreken, aortaklepstenose, het Wolff-Parkinson-White(WPW)-syndroom of een erfelijke aanleg voor hartritmestoornissen, zoals het verlengde-QT-tijdsyndroom.
Kamerfibrilleren is de frequentst voorkomende basis voor plotselinge hartstilstand, waarbij ook andere oorzaken zoals asystolie of elektromechanische dissociatie worden waargenomen. Defibrillatie door daartoe getraind personeel (artsen of verpleegkundigen) leidt vaak tot herstel van hartritme en pompfunctie van het hart. Hoe eerder dit herstel plaatsvindt, hoe beter de prognose. Elke minuut dat kamerfibrilleren persisteert, neemt de kans op overleven af met 10.2 Tot op…
Reacties