Rectificatie
Op dit artikel is de volgende verbetering gekomen:
In de resultaten van de samenvatting en van het artikel zelf staat bij het gemiddelde verschil van
0,3% dat de p-waarde < 0,0001 is. Dit moet zijn: een gemiddeld verschil van -0,3% (95%-BI: -2,7 tot
en met 2,1; p-waarde voor non-inferioriteit < 0,0001).
Samenvatting
Doel
Onderzoeken of een natriumbicarbonaat(NaHCO3)-infuus dat 1 h vóór het verrichten van CT-onderzoek wordt gegeven aan patiënten met chronische nierinsufficiëntie non-inferieur is aan de standaardprocedure van pre- en posthydratie met natriumchloride (NaCl) in het voorkomen van contrastnefropathie.
Opzet
Multicentrisch open-label gerandomiseerd onderzoek.
Methode
Patiënten werden gerandomiseerd tussen 1,4% NaHCO3 250 ml i.v. toegediend 1 h vóór de CT-scan of 0,9% NaCl 1000 ml toegediend 4-12 h vóór en na de CT-scan. Primaire uitkomstmaat was de relatieve serumcreatininestijging 48-96 h na CT-scan. Secundaire uitkomstmaten waren de incidentie van contrastnefropathie (creatininestijging: > 25% of > 44 μmol/l), herstel van nierfunctie, noodzaak tot dialyse en ziekenhuiskosten in de 2 maanden na randomisatie (Nederlands Trial Register: NTR2149).
Resultaten
Van 2010-2012 werden 570 patiënten met chronische nierinsufficiëntie gerandomiseerd, van wie 548 werden geïncludeerd in de ‘intention-to-treat’-groep. De gemiddelde relatieve creatininestijging was 1,2% in de NaHCO3-arm en 1,5% in de NaCl-arm (gemiddeld verschil: 0,3%; 95%-BI: -2,7-2,1; p < 0,001). 22 patiënten (4,1%) ontwikkelden contrastnefropathie: 8 (3,0%) in de NaHCO3-arm en 14 (5,1%) in de NaCl-arm (p = 0,23). Nierfunctieherstel trad op bij respectievelijk 75% en 69% van de patiënten met contrastnefropathie. Geen van de patiënten ontwikkelde een indicatie voor dialyse. De gemiddelde hydratiekosten waren € 224 voor de NaHCO3-groep en € 683 voor NaCl-groep.
Conclusie
Korte prehydratie met NaHCO3 was non-inferieur aan pre- en posthydratie met NaCl ter preventie van contrastnefropathie en resulteerde in een aanzienlijke besparing van de gezondheidszorgkosten.
Prehydratie CT-scan: natriumbicarbonaat of natriumchloride?
Kooiman et al concluderen op basis van hun studie dat prehydratie met 250 ml natriumbicarbonaat 1,4% gedurende 1 uur voorafgaande aan een CT scan niet slechter is dan hydratie met NaCl 0,9% conform CBO richtlijn. (1).
Wij willen een aantal kanttekeningen bij deze conclusie plaatsen:
1. 231 van de 548 patiënten hadden een GFR van meer dan 45 ml/min en geen additionele risicofactoren (2). De studie heeft hiermee onvoldoende bewijskracht om non inferioriteit aan te tonen bij patiënten die volgens de huidige CBO richtlijn risico lopen contrastnefropathie te ontwikkelen.
2. Contrastnefropathie, gedefinieerd als meer dan 50 % of meer dan 26 μmol/l stijging van het serum creatinine, is een risicofactor voor mortaliteit en vervroegde dialyseafhankelijkheid (3). De studiepopulatie is te klein om een uitspraak te doen over deze lange termijn effecten.
3. Het percentage contrastnefropathie in de natriumchloride arm van 5,1% was opvallend hoger dan dat in twee vergelijkbare studies , respectievelijk 2,4% en 2,5% (4,5).
4. Gesteld wordt dat de twee armen vergelijkbaar waren voor wat betreft risicofactoren maar de getallen zijn ongunstiger voor de natriumchloride groep: perifeer vaatlijden (33,8 vs 30,7%) , coronarialijden (35,6 % =vs 31,1%), hartfalen (17,1 en 15,7 %) en NSAID's (6,8 vs 3,0 %). Herhaalde contrasttoediening in het voorgaande jaar wordt niet vermeld maar is een relevante risicofactor (4).
Wij zijn van mening dat met deze studie onvoldoende is vastgesteld of een kort infuus met natriumbicarbonaat wel een optimale bescherming biedt bij patiënten met een verhoogd risico op contrastnefropathie die een CT scan met contrast ondergaan.
Dr. Marc A.G.J. ten Dam , internist-nefroloog , afdeling interne geneeskunde, Canisius Wilhelmina ziekenhuis,Nijmegen
Drs. Corinne E. Balemans, aios interne geneeskunde, Prof.Dr. Jack F.M. Wetzels, internist-nefroloog, afdeling nefrologie, Radboud Universitair Medisch Centrum, Nijmegen
1. Kooiman J, Sijpkens YW, de Vries JP et al. Ned Tijdschr Gneeskd. 2014;158(49): A7093
2. Kooiman J, Sijpkens YW, de Vries JP et al. A randomized comparison of 1-h sodium bicarbonate hydration versus standard peri-procedural saline hydration in patients with chronic kidney disease undergoing intravenous contrast enhanced computed tomography. Nephrol Dial Transplant 2014;29:1029-3
3. James MT, Ghali MD, Kudtston ML, Ravani P et al. Associations between acute kidney injury and cardiovascular and renal outcomes after coronary angiography. Circulation 2011;124:409-16
4. Balemans CE Reichert LJ,van Schelven BI, van den Brand JA, Wetzels JF. Epidemiology of contrast material-induced nephropathy in the era of hydration. Radiology. 2012 Jun; 263(3):706-13. Epub 2012 Apr 24
5. Kim SM, Cha RH, Lee JP, et al. Incidence and outcomes of contrast-induced nephropathy after computed tomography in patients with CKD: a quality improvement report. Am J Kidney Dis 2010;55(6):1018–1025