Op 7 juli 2000 vroeg de toenmalig minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Gezondheidsraad om advies inzake ‘fictieve herinneringen’ aan traumatische jeugdervaringen, in het bijzonder seksueel misbruik. De vragen van de minister kunnen wetenschappelijk geformuleerd worden als: Is het mogelijk dat opgeslagen herinneringen aan traumatische gebeurtenissen niet toegankelijk zijn en zo ja, wat zijn daarvoor de verklaringen? Onder welke omstandigheden kunnen niet-toegankelijke herinneringen weer wel toegankelijk worden? Is het mogelijk autobiografische herinneringen te ervaren aan gebeurtenissen die men niet heeft meegemaakt en zo ja, wat zijn daarvoor de verklaringen? Welke rol kan psychotherapie spelen bij het ophalen van hervonden en fictieve herinneringen?1
In dit artikel vatten wij het advies samen.
controversen rond het geheugen
Genoemde theoretische vragen zijn, vooral in de jaren negentig van de vorige eeuw, aanleiding geweest tot heftige controversen, met praktische consequenties in de therapeutische praktijk en in de rechtspraak. Het ging om de geloofwaardigheid…
Reacties