Samenvatting
Doel
Nagaan in hoeverre patiënten van 70 jaar of ouder met diabetes mellitus type 2 een behandeling volgen met gepersonaliseerde HbA1c-streefwaarden conform de NHG-standaard ‘Diabetes mellitus type 2’, met een focus op overbehandeling.
Opzet
Observationeel onderzoek.
Methode
Van 1002 patiënten met diabetes type 2 uit 5 gezondheidscentra werden routinematig gegevens over de zorgverlening verzameld. Patiënten ≥ 70 jaar werden verdeeld in 3 subgroepen op basis van hun HbA1c-streefwaarde (53, 58 en 64 mmol/mol) en per subgroep definieerden we ‘overbehandeling’. In de onderzoekspopulatie werden diverse subgroepen met elkaar vergeleken: < 70 jaar met ≥ 70 jaar, HbA1c-streefwaarde ≤ 53 mmol/mol met een streefwaarde > 53 mmol/mol, en patiënten op streefwaarde met over- en onderbehandelde patiënten.
Resultaten
Van de 319 patiënten ≥ 70 jaar had een derde al 10 jaar of langer diabetes. De 165 patiënten met een HbA1c-behandeldoel > 53 mmol/mol hadden vaker microvasculaire complicaties (54,0 vs. 35.2%) en macrovasculaire complicaties (33,3 vs. 17,7%). Zij gebruikten vaker ≥ 5 medicijnen (87,3 vs. 53,2%) en waren vaker kwetsbaar (44,2 vs. 13,9%) dan patiënten met de HbA1c-streefwaarde ≤ 53 mmol/mol. Van deze 165 patiënten werden er 64 (38,8%) overbehandeld; dit komt neer op 20% van alle patiënten ≥ 70 jaar. De meerderheid van de overbehandelde patiënten was kwetsbaar en gebruikte ≥ 5 medicijnen; 1 op de 5 rapporteerde hypoglykemie en bijna 30% had een val gerapporteerd.
Conclusie
Zorg op maat voor ouderen met diabetes type 2 wordt nog niet goed in praktijk gebracht. Een aanzienlijk aantal ouderen met diabetes wordt overbehandeld, met mogelijk schadelijke consequenties. De definitie van een HbA1c-ondergrens kan overbehandeling helpen voorkómen. Uitkomstindicatoren in de vorm van gemiddelden per praktijk of zorggroep zijn weinig zinvol.
Slordig en onvolledig
Een interessant artikel dat jammer genoeg slordig en onvolledig wordt gepresenteerd.
De auteurs hebben het over drie behandeldoelen te weten een Hb A1c waarde ≤ 53 mmol/l, een Hb A1c waarde ≤ 58 mmol/l en een Hb A1c waarde ≤ 64 mmol/l. Mocht een onnozele lezer, zoals ondergetekende, nu denken dat in de behandelgroep met een Hb A1c waarde ≤ 64 mmol/l alle patiënten zitten want een Hb A1c waarde ≤ 53 mmol/l is toch kleiner dan ≤ 64 mmol/l, dan heeft hij wiskundig wel gelijk maar het artikel niet begrepen. De groep met een Hb A1c waarde ≤ 58 mmol/l moet wel een HbA1c waarde > 53 mmol/l hebben. Waarom niet zo vermeld?
Ten slotte nog een vraag van dezelfde onnozele lezer: "Waarom moet de patiënt met alleen maar metformine een Hb A1c waarde ≤ 53 mmol/l nastreven, terwijl een patiënt met twee antidiabetica al een schouderklopje krijgt bij een Hb A1c waarde van 57 mmol/l ?" Is dat eerlijk?
J. van der Meulen, SCEN-arts
reactie auteur
Geachte collega,
Ja, het oorspronkelijke artikel in Diabetes, Obesity and Metabolism is inderdaad nét wat uitgebreider en genuanceerder daardoor.
Het antwoord op uw eerste vraag is zichtbaar in tabel 1.
Wat betreft uw tweede vraag: dat is inderdaad gebaseerd op het HbA1c algoritme uit de NHG standaard diabetes mellitus. Het voelt en is wat paradoxaal inderdaad. Voeg je een SU-derivaat toe dan is je streefwaarde ineens 58, en haal je het er weer af dan is je streefwaarde weer 53.
Crux is natuurlijk dat we geen cijfers behandelen,een Hba1c gebaseerd op leeftijd, medicatie en diabetesduur, maar personen. Steeds meer worden er andere factoren meegenomen, zoals het inmiddels al dan niet aanwezig zijn van complicaties t.g.v. de diabetes, maar ook comorbiditeit, (psycho)sociale omstandigheden, en de levensverwachting. In samenspraak met de patient wordt de best zorg op maat voor de individuele persoon bepaald.
Verduidelijkt dit e.e.a.?
Vriendelijke groet,
Bertien Hart