Bijna 4 jaar geleden, in november 1993, bracht het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne in opdracht van het ministerie van – toen nog – Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de eerste ‘Volksgezondheid Toekomst Verkenning’ (VTV) uit.1 Het had de omvang van een telefoonboek en gaf in 800 bladzijden een gedetailleerd overzicht van de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking in de periode 1950-2010. De in de VTV verzamelde gegevens en de daaraan gekoppelde beschouwingen over de samenhangen en ontwikkelingen in de gezondheidstoestand waren bedoeld als basis voor een voortaan om de 4 jaar uit te brengen nota ‘Gezondheidsbeleid’. Dat werd uiteindelijk de toch wat bescheidener getoonzette nota ‘Gezond en wel’ (1995) van minister Borst, waarin elementen uit de ‘kernboodschap’ van de VTV wel duidelijk te herkennen zijn, maar die voor een belangrijk deel toch betrekking heeft op de ontwikkeling van een kader voor een omvattend volksgezondheids- en gezondheidszorgbeleid.2
De kernboodschap…
Reacties