Samenvatting
- Op initiatief van het Nederlands Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen is in samenwerking met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en de Vereniging van Integrale Kankercentra een evidence-based richtlijn ontwikkeld voor de diagnostiek en de behandeling van het oesofaguscarcinoom.
- Indien een patiënt met een oesofaguscarcinoom een in opzet curatieve behandeling kan ondergaan, worden CT van thorax en abdomen, echografie van de hals en endoscopische ultrasonografie verricht ter stadiëring van de ziekte.
- Bij patiënten met hooggradige dysplasie of een mucosaal vroegcarcinoom in een barrettoesofagus wordt bij voorkeur een endoscopische behandeling verricht. Bij tumordoorgroei in de submucosa is chirurgische resectie aangewezen.
- Bij een in opzet curatieve resectie van een oesofaguscarcinoom wordt gestreefd naar radicaliteit. De aard en uitgebreidheid hiervan hangen af van de locatie van het carcinoom.
- Er zijn aanwijzingen dat de sterfte na oesofaguschirurgie kan worden gereduceerd door concentratie van de ingreep in centra waar deze vaak wordt uitgevoerd.
- Preoperatieve chemo- en radiotherapie geven mogelijk een verbetering van de overleving van patiënten met een oesofaguscarcinoom.
- Een palliatieve behandeling van een oesofaguscarcinoom wordt overwogen bij lokale doorgroei in omliggende organen, metastasen, een te slechte conditie van de patiënt, en een recidief na een eerdere curatieve behandeling.
- De psychosociale ondersteuning vormt een belangrijk onderdeel van de begeleiding van een patiënt met een oesofaguscarcinoom.
Ned Tijdschr Geneeskd. 2006;150:1877-82
Reacties