Samenvatting
Van 340 patiënten in alle stadia van de ziekte van Hodgkin, bij wie de diagnose tussen 1970 en 1984 werd gesteld, bedroeg de 10-jaarsoverleving 69. Bij 47 van de 173 patiënten bij wie stadiëring door middel van laparotomie plaatsvond, werd het stadium op grond van de bevindingen bij operatie gewijzigd. De overlevingsduur van de patiënten met een stadiëring op grond van bevindingen bij operatie verschilde niet van de patiënten met een alleen klinische stadiëring.
De prognostische waarde van het stadium van de ziekte was voor de overlevingsduur belangrijker dan het histologische type. Leeftijd en geslacht bleken geen prognostische betekenis te hebben. De 10-jaarsoverleving van patiënten in de stadia IA en IIA was 85, in de stadia IB en IIB 56, in stadium IIIA 85 en in de stadia IIIB, IV 48. Het relatief lage percentage langdurig overlevenden in stadium IB en IIB berustte op een hoog aantal recidieven na radiotherapie, welke met chemotherapie niet of moeilijk in remissie konden worden gebracht. Bij patiënten in de stadia IIIB, IV resulteerde combinatie-behandeling met radio- en chemotherapie in een hogere 10-jaarsoverleving (72) dan na chemotherapie alleen (39) (P < 0,05).
Reacties