Samenvatting
In de periode 1985-1990 werden in het Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt 111 patiënten met AIDS behandeld. Bij 8 van hen werd de diagnose non-Hodgkin-lymfoom gesteld. Het afwijkende en atypische beloop wordt aan de hand van enkele ziektegeschiedenissen en een literatuuroverzicht beschreven. Het non-Hodgkin-lymfoom bij HIV-infecties is bijna altijd een B-cellymfoom en wordt gekenmerkt door uitgebreide extranodale lokalisatie op ongebruikelijke plaatsen en een hoge maligniteitsgraad. De prognose is voornamelijk afhankelijk van de mate van immuundeficiëntie en is over het algemeen slecht. Opportunistische infecties in de voorgeschiedenis, het absolute aantal CD4-lymfocyten, extranodale lokalisatie en de Karnofsky-score zijn belangrijke prognostische factoren die bij de individuele patiënt als leidraad kunnen dienen om tot de meest haalbare vorm van therapie te komen.
Reacties