Samenvatting
De afgelopen decennia zijn casuïstische mededelingen als een minder waardevolle vorm gezien van medisch-wetenschappelijk onderzoek. Heeft de ziektegeschiedenis nog wel een plaats in de huidige medische wetenschap, die is gebaseerd op klinisch bewijs enerzijds en genetische inzichten anderzijds? Het antwoord is een nadrukkelijk ‘ja’: ziektegeschiedenissen vormen een noodzakelijke basis voor het ontstaan van nieuwe ideeën – nieuwe ziektebegrippen, nieuwe etiologische inzichten, nieuwe bijwerkingen en nieuwe behandelingen. Ook zijn ze nodig in de medische opleiding en zijn ze een aloude hoeksteen van kwaliteitsbewaking: in de klinisch-pathologische conferentie waar moeilijke of zeldzame ziektegeschiedenissen worden bediscussieerd en die nuttig is voor alle aanwezigen. Ziektegeschiedenissen vormen de basis van vooruitgang in de klinische wetenschap, onafhankelijk van basisvakken of epidemiologische inzichten. Daarom blijven ze nodig. Bovendien kan een ziektegeschiedenis op zich overtuigend zijn als klinisch bewijs. Bij het beschrijven van casuïstiek dient men te expliciteren wat reeds bekend is en wat de ziektegeschiedenis daaraan toevoegt.
Reacties