Samenvatting
Doel
Nagaan of thuisbehandeling met antimicrobiële middelen van patiënten met een infectie mogelijk is.
Opzet
Descriptief.
Plaats
Academisch Ziekenhuis Leiden.
Methode
In oktober 1992 werd begonnen met het thuis behandelen van patiënten met intraveneus toegediende antimicrobiële middelen. Bij de thuisbehandeling diende de patiënt zichzelf de geneesmiddelen toe. De ziekenhuisapotheek leverde de medicatie en de infusiehulpmliddelen. Een internist-infectioloog had de supervisie over de thuisbehandeling en de verpleegkundigen van de eerstehulpafdeling, en de poliklinieken wisselden zo nodig infusiecanules. Patiënten mochten naar huis nadat in overleg met de huisarts de medische en psychosociale geschiktheid was beoordeeld en nadat instructie had plaatsgevonden over de infusietechniek en de zorg voor de infusiecanule.
Resultaten
In de periode oktober 1992-september 1996 werden 162 patiënten thuis behandeld; de mediane leeftijd was 45 jaar (uitersten: 3-82) en de mediane duur van de thuisbehandeling 15 dagen (1-221). Osteomyelitis, artritis, ziekte van Lyme, sepsis met strooihaarden en infecties met herpesvirussen waren de meest voorkomende indicaties voor thuisbehandeling. Penicillinen en cefalosporinen werden bij 70, teicoplanine bij 12 en antivirale middelen bij 14 van de behandelingen gegeven. Voor intermitterende toediening werden voornamelijk injectiespuit, veerdrukpomp of elastomeerpomp gebruikt; voor continue infusie spuitenpomp of cassettepomp. Het plan om de patiënt de thuisbehandeling zoveel mogelijk zonder extra professionele hulp te laten uitvoeren werd bij 82 van de behandelingen verwezenlijkt. In 60 van de gevallen voerden de patiënten de thuisbehandeling uit zonder verdere hulp, in 22 van de gevallen vervulde mantelzorg een essentiële rol.
Conclusie
Thuisbehandeling met antimicrobiële middelen intraveneus is goed mogelijk. Bij algehele invoering zouden circa 1400 patiënten per jaar daarvan gebruik kunnen maken.
Reacties