Inleiding
Osteoporose is een aandoening die veel persoonlijk leed veroorzaakt bij betrokkenen, maar ook in toenemende mate beslag legt op de – inkrimpende – middelen die voor de gezondheidszorg beschikbaar zijn. Bij een ongewijzigde ontwikkeling mag worden verwacht dat over 25 à 30 jaar ongeveer driemaal zo veel patiënten als in 1980 behandeld moeten worden wegens osteoporose, heup- of andere fracturen.1
Oestrogenen hebben een gunstige invloed bij vrouwen in de postmenopauze op de handhaving van de botmassa. Toediening van extra calcium en (of) vitamine D-preparaten heeft wel enig, doch onvoldoende effect. Van calcitonine, anabole steroïden en difosfonaten (bisfosfonaten) moet het nuttig effect bij osteoporose nog met voldoende duidelijkheid worden aangetoond. Fluoride is vooralsnog de enige stof waarvan bekend is dat het de botaanmaak in vitro en in vivo bevordert. Het gebruik van fluoride heeft echter ook minder gunstige effecten en vereist een gedegen kennis van de voor- en nadelen…
Reacties