Zie ook de artikelen op bl. 812 en 815.
Anesthesiologie behelst onder meer de leer en praktijk van het pijnvrij ondergaan van een diagnostische of therapeutische ingreep, waarbij de anesthesioloog tracht de onmiddellijk met de ingreep samenhangende, voor de patiënt nadelige, gevolgen te voorkomen. Dit betekent dat de anesthesiologie zich bij uitstek bezighoudt met toegepaste fysiologie en farmacologie en hieruit voortvloeiend met de pathologie en pathofysiologie van de diverse orgaansystemen.
Bij de anesthesie van het kind heeft men te maken met de anatomie, de fysiologie en de farmacologie van een individu in ontwikkeling en met ziektebeelden die men nog niet op de kinderleeftijd tegenkomt (degeneratieve afwijkingen) of die men niet meer op volwassen leeftijd aantreft, omdat de patiënt daarvan is genezen of daaraan is overleden (aangeboren ziekten of afwijkingen, zoals congenitale hernia diaphragmatica, atresieën van de tractus digestivus, mucoviscidosis en stapelingsziekten). De psychologie is belangrijk, niet in de laatste…
Reacties