Dames en Heren,
Voor sommige neurologische en oogheelkundige aandoeningen is het testen van pupilreacties een waardevol, snel en goedkoop diagnosticum. De test geeft informatie over een belangrijk deel van het visuele systeem en de hersenstam, als deze tenminste op de juiste manier verricht en geïnterpreteerd wordt. Aan de hand van 3 patiënten met visusdaling bespreken wij hier de onderzoekstechniek, de neuroanatomie en de mogelijke afwijkingen van de pupilreacties.
Patiënt A, een 40-jarige vrouw, klaagt over verminderd zicht aan haar linkeroog, waarbij het zicht donkerder en vager is dan aan het rechter oog. Voor de klachten begonnen had zij achter haar linker oog pijn die verergerde bij oogbewegingen. De pijn was 6 dagen later verdwenen. Verder heeft zij geen klachten, met name geen neurologische uitval. De visus is rechts 1,0 en links 0,4. Bij het testen van de pupilreacties gebeurt het volgende: bij schijnen in het rechter oog vindt een vlotte en nauwe constrictie van beide pupillen plaats; bij schijnen in het linker oog is de pupilconstrictie beiderzijds veel trager en worden de pupillen ook minder klein. Bij het afwisselend schijnen in linker- en rechteroog treedt er een relatieve verwijding van beide pupillen op tijdens schijnen in het linker oog.
Patiënt B, een 78-jarige man, vraagt een verwijzing naar de oogarts voor evaluatie van zijn geleidelijke visusdaling…
Reacties