Over de oorzaken van suïcides en suïcidepogingen wordt overwegend in sociologische of psychologische en weinig in biologisch-psychiatrische zin geschreven.1 Toch zijn er de laatste twee decennia interessante bevindingen gedaan, die wijzen op mogelijke biologische determinanten van suïcidaal gedrag. Suïcidaal gedrag wordt voor het navolgende gedefinieerd als een opzettelijke zelfverwonding of zelfvergiftiging – al of niet met dodelijke afloop – met als doel bepaalde, door de persoon gewenste, veranderingen te bewerkstelligen.2 Omdat er geen zekerheid bestaat over causale factoren, maar alleen over factoren die gerelateerd zijn aan suïcides en suïcidepogingen, spreekt men liever van determinanten dan van oorzaken van suïcidaal gedrag.
Het onderzoek naar biologische factoren die mogelijk samenhangen met suïcidaal gedrag is te verdelen in twee hoofdrichtingen: erfelijkheidsstudies en biochemische studies. Erfelijkheidsonderzoekers vonden een grotere concordantie voor suïcidaal gedrag tussen monozygote dan tussen bizygote tweelingen.34 Het betrof echter kleine, deels overlappende steekproeven van tweelingen die niet…
Reacties